Image
Een man en een vrouw kijken naar een impressionalistisch schilderij met warme kleuren van een landschap.

Nederlands impressionisme

Van Israels tot Ansingh

In deze tentoonstelling zijn bekende namen vertegenwoordigd, maar er is ook aandacht voor kunstenaars die lange tijd onderbelicht zijn gebleven. Vrouwen als Lizzy Ansingh, Thérèse Schwartze, Jo Koster en Coba Ritsema werkten in een tijd waarin hun zichtbaarheid niet vanzelfsprekend was. 

De impressionisten

In de jaren 1870 begint een groep jonge schilders in Frankrijk zich te richten op het vastleggen van de vluchtigheid van een moment. Veranderend licht en kleur spelen de hoofdrol. Ze negeren hiermee de academische traditie van de schilderkunst. In plaats van het zo precies mogelijk nabootsen van de werkelijkheid zoeken ze naar manieren om een sfeer te vangen, een ‘impressie’. Daarvoor gebruiken ze losse penseelstreken en ongemengde verf. 

Ze worden door critici al snel ‘de impressionisten’ genoemd. Onder hen zijn Claude Monet, Pierre-Auguste Renoir en Edgar Degas. Dankzij de uitvinding van de verf in een tube kunnen de impressionisten ook buiten gaan schilderen. Zo kunnen ze nog beter een directe indruk van hun omgeving weergeven. Het impressionisme zal een belangrijke voedingsbodem voor de ontwikkeling van de moderne schilderkunst zijn. 

 

De Nederlandse impressionisten

In diezelfde periode krijgen Nederlandse kunstenaars steeds meer contact met hun collega’s uit Frankrijk. Vanaf eind jaren 1880 begint het impressionisme ook echt in Nederland, met als belangrijkste figuren George Hendrik Breitner, Isaac Israels, Willem de Zwart en Jan Toorop. Ook de Amsterdamse Joffers, zoals Lizzy Ansingh, werken in een impressionistische stijl. Net als hun Franse collega’s kijken ze naar alledaagse, schijnbaar toevallige momenten. Ze werken vaak in de stad en schilderen veel figuren. In deze presentatie van de Fundatie Collectie staan de werken van de Nederlandse impressionisten centraal.

Schilderij van Jo Koster van een huisje omringd met een aantal bomen, in paarstinten.
Jo Koster, Voorjaarslandschap met een wit huisje, 1911, De Fundatie Collectie

De Nederlandse blik: stad, vrouw en landschap

In de tentoonstelling zijn bekende namen vertegenwoordigd, maar er is ook aandacht voor kunstenaars die lange tijd onderbelicht zijn gebleven. Vrouwen als Lizzy Ansingh, Thérèse Schwartze, Jo Koster en Coba Ritsema werkten in een tijd waarin hun zichtbaarheid niet vanzelfsprekend was. Toch schilderden zij vol overtuiging hun omgeving: portretten, interieurs, kinderen met dieren, vrouwen met katten.

Ook buiten de grote stad landt het impressionisme. Kunstenaars als Jo Koster schilderen met losse toets de landschappen van Overijssel, vaak ‘en plein air’, rechtstreeks in de natuur. Haar schilderijen tonen de invloed van het Franse neoimpressionisme, maar ook een eigenzinnige zoektocht naar kleur en licht.

 

Een jonge Mondriaan, nog vóór De Stijl

Piet Mondriaan is wereldberoemd geworden met zijn abstracte composities van lijnen en vlakken. Maar wie naar zijn vroege werk kijkt, ziet een andere kant van hem. In deze tentoonstelling zijn twee landschappen te zien uit zijn postimpressionistische periode. Het ene nog ingetogen van kleur, het andere veel vrijer geschilderd – toch gaat het ook hier al om het werken met vorm en kleur, het ritme van bomen en hun reflectie. Zijn inspiratie haalde hij uit de Nederlandse natuur, maar ook uit tentoonstellingen van Van Gogh en uit het werk van tijdgenoten als Israels en Breitner. Deze vroege schilderijen geven een bijzonder inkijkje in zijn ontwikkeling.

Schilderij van Piet Mondriaan van elf populieren langs het water in rood en blauwtinten.
Piet Mondriaan, rij van elf populieren in rood, geel, blauw en groen, 1908, De Fundatie Collectie

Nederlands impressionisme

Van Israels tot Ansingh