In Umbild scheppen Jules van Hulst en Wieger Steenhuis via mediainstallaties een nieuwe wereld. Ze laten zich inspireren door drie werken van Vlaamse symbolisten. Het mengen van digitale technieken en kunst is een uitdaging; hoe doe je dit op zo’n manier dat er geen artistieke waarde verloren gaat? Kun je bestaande werken representeren zonder plagiaat te plegen?
omvormen
De titel Umbild is een Duits woord dat slaat op het veranderen of omvormen van een beeld. De titel staat daarmee symbool voor het experimentele karakter van deze tentoonstelling, waarin verschillende vormen door elkaar heen lopen. Daarin ben je soms bezoeker en soms deelnemer. In verschillende werken verkennen ze de (on-)mogelijkheden van het samenvoegen van digitale technieken en kunst.
Drie werken uit de museumcollectie worden in dit project door hen opnieuw gepresenteerd, maar nu in de vorm van verschillende mediainstallaties. In een mastertraject vanuit makershuis VAKTOR hebben Van Hulst en Steenhuis een jaar lang met dit gegeven geëxperimenteerd. Het zijn werken van Vlaamse symbolisten: George Minne, James Ensor en Valerius de Saedeleer. De focus op het symbolisme is bewust: ook de symbolisten zochten naar diepere en nieuwe betekenissen en naar het openen van nieuwe werelden.
Voor de symbolisten is de dichtbundel Les Fleurs du Mal (De bloemen van het kwaad) uit 1857 van Charles Baudelaire een belangrijk uitgangspunt. Hierin drukt Baudelaire de dubbelheid van het menselijk bestaan uit: de negatieve, zware, melancholische kant, tegenover het verlangen naar het perfecte. In de mediainstallaties van Van Hulst en Steenhuis komt deze tweestrijd ook telkens terug. Ook zij gebruiken zintuigen om diepere betekenissen over te brengen en laten vorm en inhoud samensmelten.